|
Circulaires PB/Ven.B
Circulaire nr. Ci.RH.331/554.678 (AOIF 2/2003) dd. 22.09.2009
Personenbelasting
2de addendum bij de circulaire Ci.RH.331/554.678 (AOIF 2/2003) dd. 20.02.2003 Zie ook: corrigendum dd. 30.03.2010. Aan alle ambtenaren INHOUDSOPGAVE
1. Deze circulaire licht de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven toe tot en met de Programmawet van 27 april 2007 (BS 8.5.2007, 3de editie). 2. In onderhavige circulaire wordt dan ook telkens verwezen naar het artikel 145/24, WIB 92 zoals dat bestond vooraleer het door de wet van 27 april 2007 tot invoering van een belastingvermindering voor passiefhuizen (zie hierna) werd aangevuld met een § 2. 3. Om de fiscaliteit ecologischer te maken, heeft artikel 33 van de wet van 10 augustus 2001 houdende de hervorming van de personenbelasting (W 10.8.2001 - BS van 20.9.2001) het WIB 92 aangepast door een specifieke vermindering in te voeren voor bepaalde energiebesparende uitgaven in een woning (art. 145/24, WIB 92). 4. Bij koninklijk besluit van 20 december 2002 tot wijziging van het KB/WIB 92 inzake de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning (BS 28.12.2002 - 2de editie), bepaalt de Koning de voorwaarden waaraan de werken met betrekking tot de bedoelde uitgaven, moeten voldoen. 5. Deze bepalingen werden reeds in de circulaires van 20 februari 2003 en van 19 mei 2004, zelfde nummer als hierboven, besproken. 6. Onderhavige circulaire heeft betrekking op de bepalingen van :
7. De bepalingen van de Programmawet van 5 augustus 2003 en van het koninklijk besluit van 23 juni 2004 brengen enkel puur technische wijzigingen aan de materie aan en zullen hierna enkel worden opgesomd. 8. In deze circulaire zal ook de problematiek van de energie-audit worden aangekaart. 9. Art. 3 van de wet van 27 april 2007 tot invoering van een belastingvermindering voor passiefhuizen (BS 10.5.2007, 2de editie) zal later worden besproken (bepaling van toepassing vanaf aanslagjaar 2008). Hetzelfde geldt voor het koninklijk besluit van 19 december 2007 tot wijziging van het KB/WIB 92 inzake belastingvermindering voor passiefhuizen (BS 27.12.2007) en voor art. 7 van het koninklijk besluit van 27 januari 2009 houdende wijziging van sommige bepalingen van het KB/WIB 92 (BS 3.2.2009) in verband met het ter beschikking houden van documenten van de FOD Financiën en ook voor art. 4 van de Economische Herstelwet van 27 maart 2009 (BS 7.4.2009) in verband met de overdracht van belastingverminderingen voor energiebesparende uitgaven en de belastingvermindering voor interesten die betrekking hebben op leningen voor energiebesparende uitgaven. 10. Er wordt aan herinnerd dat, voor de toepassing van het WIB 92, vanaf aanslagjaar 2005 (inkomstenjaar 2004) de wettelijk samenwonenden met gehuwden worden gelijkgesteld en een wettelijk samenwonende met een echtgenoot. Voor een betere leesbaarheid van de circulaire zal hierna de uitdrukking "echtgenoot" worden gebruikt, waarmee dus zowel de gehuwden als de wettelijk samenwonenden worden bedoeld. II. WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE BEPALINGEN Programmawet van 5 augustus 2003 (W 5.8.2003) TITEL II. - Fiscale en financiële bepalingen … HOOFDSTUK VIII. - Belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven door middel van uitrustingen voor solaire en geothermische energieopwekking 11. Art. 15. In artikel 145/24 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art. 16. Artikel 15, 1°, a), treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2004. Artikel 15, 1°, b) en 2°, treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2005. Gewijzigd artikel 145/24, WIB 92 (na W 5.8.2003) 12. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor een rationeler energieverbruik in een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is :
De belastingvermindering is niet van toepassing op de uitgaven die :
De belastingvermindering is gelijk aan het volgende percentage van de werkelijk gedane uitgaven :
Het totaal van de verschillende belastingverminderingen mag per belastbaar tijdperk niet meer dan 500 EUR per woning bedragen. Het in het vorige lid bedoelde bedrag kan door de Koning worden verhoogd tot 1.000 EUR bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Bij een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het aandeel van elk der echtgenoten in het kadastraal inkomen van de woning waarin de werken zijn uitgevoerd. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken in verband met de in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten voldoen. Programmawet van 22 december 2003 TITEL V. - Financiën HOOFDSTUK I. - Inkomstenbelastingen … Afdeling 6. - Belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen) 13. Art. 294. In artikel 243, laatste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de wet van 21 december 1994, worden de woorden "145/17 tot 145/23" vervangen door de woorden "145/17 tot 145/27". Art. 295. Artikel 294 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2004. Koninklijk besluit van 23 juni 2004 tot wijziging van het KB/WIB 92 inzake de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning (KB 23.6.2004) 14. Artikel 1. In artikel 63/11, § 1, 1°, vierde lid, b, eerste streepje, van het KB/WIB 92, ingevoegd door het koninklijk besluit van 20 december 2002, worden de woorden "eerste lid, 1° tot 3°" vervangen door de woorden "eerste lid, 1° tot 3°bis". Art. 2. In bijlage IIbis van het KB/WIB 92, ingevoegd door hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art. 3. De artikelen 1 en 2, 4° treden in werking met ingang van aanslagjaar 2005. Artikel 2, 1° tot 3° en 5°, treedt in werking met ingang van aanslagjaar 2004. Gewijzigd artikel 63/11, KB/WIB 92 (na KB 23.6.2004) 15. § 1. De in artikel 145/24 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 opgesomde uitgaven, worden slechts in aanmerking genomen voor de in dat artikel vermelde belastingvermindering indien de daarmee verband houdende werken voldoen aan de volgende voorwaarden :
§ 2. De belastingplichtige die het voordeel vermeld in artikel 145/24 van het genoemde Wetboek aanvraagt, moet bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen van het betrokken belastbare tijdperk het origineel of een door hem eensluidend verklaarde fotokopie toevoegen van :
16. Er wordt aan herinnerd dat voor de aanslagjaren 2004 tot 2007 de lage temperatuurketels eveneens in aanmerking komen (art. 2, 2de lid, KB 20.12.2002 - BS 28.12.2002). Gewijzigde bijlage IIbis van het KB/WIB 92 (na KB 23.6.2004) 17. Verplichte vermeldingen die moeten voorkomen op de factuur betreffende de uitgaven die in artikel 145/24 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 opgesomd zijn met het oog op een rationeler energiegebruik in een woning. (KB/WIB 92, artikel 63/11) Maatregel 1 : Vervanging van oude stookketels A. Met betrekking tot oude stookketels : de geregistreerde aannemer bevestigt dat hij de oude stookketel vervangt en vermeldt de beschikbare kenmerken van de oude stookketel (merk, type en serienummer van het toestel). B. Met betrekking tot de nieuwe verwarmingsinstallaties : de geregistreerde aannemer bevestigt dat op de nieuwe installaties bedoeld in artikel 63/11, § 1, 1°, tweede lid, KB/WIB 92 het EG-kenmerk is aangebracht en dat zij in overeenstemming zijn met het koninklijk besluit van 18 maart 1997 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale verwarmingsketels. Bovendien bevestigt hij dat de schoorsteen in overeenstemming is met het nieuwe systeem van de verwarming. Voor de stookketels op hout bevestigt de geregistreerde aannemer dat :
Voor de warmtepompen bevestigt de geregistreerde aannemer dat de globale prestatiecoëfficiënt hoger is dan of gelijk is aan 3. Maatregel 2 : Installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie De geregistreerde aannemer bevestigt dat :
Maatregel 3 : Plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie De geregistreerde aannemer bevestigt dat :
Maatregel 3bis : Installatie van een geothermische warmtepomp De geregistreerde aannemer bevestigt dat :
Maatregel 4 : Plaatsing van dubbele beglazing De geregistreerde aannemer bevestigt dat de globale geleidingscoëfficiënt U van het venster (raamwerk + beglazing), berekend volgens de vereenvoudigde formules van de geldende norm (NBN B 62), lager ligt dan of gelijk is aan 2,0 watt per vierkante meter Kelvin. Maatregel 5 : Isolatie van daken De geregistreerde aannemer bevestigt dat het gebruikte isolatiemateriaal een thermische weerstand R heeft die gelijk is aan of groter dan 2,5 vierkante meter Kelvin per watt. Maatregel 6 : Plaatsing van een warmteregeling van een installatie van centrale verwarming door middel van thermostatische kranen of door een kamerthermostaat met tijdsinschakeling De geregistreerde aannemer bevestigt dat hij thermostatische kranen of een klokthermostaat, eventueel met inbegrip van een externe sonde, heeft geplaatst met het oog op de warmteregeling van een installatie van centrale verwarming. Wanneer in de woning noch thermostatische kranen noch een warmteregeling aanwezig zijn, bevestigt de geregistreerde aannemer, bij de plaatsing ervan, dat de twee soorten werken zijn uitgevoerd. Wet van 31 juli 2004 tot wijziging van artikel 145/24 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde het rationeel energieverbruik in woningen nog meer aan te moedigen (W 31.7.2004) 18. Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Art. 2. In artikel 145/24 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001 en gewijzigd bij de wet van 5 augustus 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art. 3. Artikel 2 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2006. Gewijzigd artikel 145/24, WIB 92 (na W 31.7.2004) 19. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor een rationeler energieverbruik in een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is :
De belastingvermindering is niet van toepassing op de uitgaven die :
De belastingvermindering is gelijk aan 40 pct. van de werkelijk gedane uitgaven bedoeld in het eerste lid. Het totaal van de verschillende belastingverminderingen mag per belastbaar tijdperk en per woning niet meer bedragen dan :
De in het vorige lid bedoelde bedragen kunnen door de Koning worden verhoogd tot 1.000 EUR bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering voor de uitgaven met betrekking tot een in het eerste lid bedoelde woning evenredig omgedeeld in functie van :
De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken in verband met de in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten voldoen. Programmawet van 27 december 2005 (W 27.12.2005) … Titel VII. - Financiën … Hoofdstuk II. - Energiebesparende uitgaven 20. Art. 97. In artikel 145/24 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001 en gewijzigd bij de programmawet van 5 augustus 2003 en bij de wet van 31 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art. 98. Artikel 97 treedt in werking vanaf aanslagjaar 2007. Gewijzigd artikel 145/24, WIB 92 (na W 27.12.2005) 21. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor een rationeler energieverbruik in een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is :
De belastingvermindering is niet van toepassing op de uitgaven die :
De belastingvermindering is gelijk aan 40 pct. van de werkelijk gedane uitgaven bedoeld in het eerste lid. Het totaal van de verschillende belastingverminderingen mag per belastbaar tijdperk en per woning niet meer bedragen dan 1.000 euro. … Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering voor de uitgaven met betrekking tot een in het eerste lid bedoelde woning evenredig omgedeeld in functie van :
De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken in verband met de in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten voldoen. Koninklijk besluit van 1 september 2006 tot wijziging van het KB/WIB 92 inzake de investeringsaftrek en inzake de belastingvermindering voor energiebesparende maatregelen (KB 1.9.2006) … 22. Art. 2. In bijlage IIbis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 2002 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 23 juni 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art. 3. … Artikel 2 treedt in werking met ingang van aanslagjaar 2007. Gewijzigde bijlage IIbis van het KB/WIB 92 (na KB 1.9.2006) 23. Verplichte vermeldingen die moeten voorkomen op de factuur betreffende de uitgaven die in artikel 145/24 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 opgesomd zijn met het oog op een rationeler energiegebruik in een woning. (KB/WIB 92, artikel 63/11) Maatregel 1 : Vervanging van oude stookketels of onderhoud van stookketels A. Met betrekking tot de oude stookketels : de geregistreerde aannemer bevestigt dat hij de oude stookketel vervangt en vermeldt de beschikbare kenmerken van de oude stookketel (merk, type en serienummer van het toestel); B. Met betrekking tot de nieuwe verwarmingsinstallaties : de geregistreerde aannemer bevestigt dat op de nieuwe installaties bedoeld in artikel 63/11, § 1, 1°, tweede lid, KB/WIB 92, het EG-kenmerk is aangebracht en dat zij in overeenstemming zijn met het koninklijk besluit van 18 maart 1997 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale verwarmingsketels. Bovendien bevestigt hij dat de schoorsteen in overeenstemming is met het nieuwe systeem van de verwarming. Voor de stookketels op hout bevestigt de geregistreerde aannemer dat :
Voor de warmtepompen bevestigt de geregistreerde aannemer dat de globale prestatiecoëfficiënt hoger is dan of gelijk is aan 3. C. Onderhoud van een stookketel : de geregistreerde aannemer moet op de factuur de karakteristieken vermelden van de stookketel (merk, type en serienummer van het toestel) en op die factuur de datum vermelden van dat onderhoud. Maatregel 2 : Installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie De geregistreerde aannemer bevestigt dat :
Maatregel 3 : Plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie De geregistreerde aannemer bevestigt dat :
Maatregel 3bis : Installatie van een geothermische warmtepomp De geregistreerde aannemer bevestigt dat :
Maatregel 4 : Plaatsing van dubbele beglazing De geregistreerde aannemer bevestigt dat de globale geleidingscoëfficiënt U van het venster (raamwerk + beglazing), berekend volgens de vereenvoudigde formules van de geldende norm (NBN B 62), lager ligt dan of gelijk is aan 2,0 watt per vierkante meter Kelvin. Maatregel 5 : Isolatie van daken De geregistreerde aannemer bevestigt dat het gebruikte isolatiemateriaal een thermische weerstand R heeft die gelijk is aan of groter dan 2,5 vierkante meter Kelvin per watt. Maatregel 6 : Plaatsing van een warmteregeling van een installatie van centrale verwarming door middel van thermostatische kranen of door een kamerthermostaat met tijdsinschakeling De geregistreerde aannemer bevestigt dat hij thermostatische kranen of een klokthermostaat, eventueel met inbegrip van een externe sonde, heeft geplaatst met het oog op de warmteregeling van een installatie van centrale verwarming. Wanneer in de woning noch thermostatische kranen noch een warmteregeling aanwezig zijn, bevestigt de geregistreerde aannemer, bij de plaatsing ervan, dat de twee soorten werken zijn uitgevoerd. Programmawet (I) van 27 december 2006 (W 27.12.2006) … Titel II. - Financiën … Hoofdstuk II. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 … Afdeling 1. - Personenbelasting 24. Art. 11. In artikel 145/24, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001 en gewijzigd bij de programmawet van 5 augustus 2003, bij de wet van 31 juli 2004 en bij de programmawet van 27 december 2005, worden de woorden "1.000 euro" vervangen door de woorden "2.000 EUR". … Art. 18. … De artikelen 11, 14 en 15 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2008. … Programmawet van 27 april 2007 (W 27.4.2007) … Titel VII. - Financiën … Hoofdstuk II. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Afdeling 1. - Personenbelasting Onderafdeling 1. - Belastingvermindering voor de uitgaven voor energiebesparende maatregelen 25. Art. 78. Artikel 145/24, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001 en gewijzigd bij de programmawet van 5 augustus 2003, bij de wet van 31 juli 2004, bij de programmawetten van 27 december 2005 en 27 december 2006, wordt aangevuld als volgt : "Dit bedrag wordt echter verhoogd met 600 EUR voorzover deze verhoging uitsluitend betrekking heeft op de uitgaven als bedoeld in het eerste lid, 2° of 3°.". … Art. 80. Artikel 78 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2008. … Gewijzigd artikel 145/24, WIB 92 (na W 27.12.2006 en 27.4.2007) 26. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor een rationeler energieverbruik in een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is :
De belastingvermindering is niet van toepassing op de uitgaven die :
De belastingvermindering is gelijk aan 40 pct. van de werkelijk gedane uitgaven bedoeld in het eerste lid. Het totaal van de verschillende belastingverminderingen mag per belastbaar tijdperk en per woning niet meer bedragen dan 2.000 euro. Dit bedrag wordt echter verhoogd met 600 EUR voorzover deze verhoging uitsluitend betrekking heeft op de uitgaven als bedoeld in het eerste lid, 2° of 3°. … Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering voor de uitgaven met betrekking tot een in het eerste lid bedoelde woning evenredig omgedeeld in functie van :
De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken in verband met de in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten voldoen. III. COMMENTAAR OP DE PROGRAMMAWET VAN 22.12.2003 27. Overeenkomstig de bepalingen van de W 10.8.2001 konden alleen de rijksinwoners (onderworpen aan de PB) van de belastingvermindering genieten, en de niet-rijksinwoners (onderworpen en geregulariseerd in de BNI/nat.pers.), die tot de volgende categorieën behoren :
28. Aangezien de uitsluiting van de andere categorieën van niet-inwoners te wijten was aan een simpele vergetelheid van de wetgever om de bepalingen van het WIB 92 betreffende de belasting van niet-inwoners aan te passen, werd deze vergetelheid in het kader van de Programmawet van 22.12.2003 rechtgezet. 29. De inwerkingtreding van deze nieuwe wettelijke bepaling stemt overeen met deze van de invoering van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven zodat deze van bij de aanvang van toepassing is voor alle niet-rijksinwoners die zijn onderworpen aan, en geregulariseerd worden in de BNI/nat.pers. IV. COMMENTAAR OP DE W 31.7.2004 30. Het voordeel van de belastingvermindering wordt tot de huurder van de woning uitgebreid. 31. Aangezien de uitgaven die recht geven op de vermindering normalerwijze niet door de huurder moeten worden gedragen, zal de vermindering in principe (behalve in de hierna vermelde uitzonderingen) slechts aan de huurder worden toegestaan op voorwaarde dat de factuur op zijn naam wordt opgesteld en voor zover hij de uitgaven werkelijk draagt. 32. Het feit dat de huurder de woning slechts voor een gedeelte van het belastbare tijdperk heeft gehuurd, is zonder gevolg; hetzelfde geldt voor de huurder die de woning op het ogenblik van de betaling van de facturen niet meer huurde. 33. De huurder moet deze hoedanigheid in elk geval hebben op het ogenblik dat hij zich op vaste en definitieve wijze verbindt tegenover de aannemer voor de uitvoering van de werken. 34. Wanneer een gehuurde woning wordt bewoond door belastingplichtigen, die afzonderlijk worden belast (feitelijk gezin, gehuwden of wettelijk samenwonenden die afzonderlijk worden belast, medehuurders, enz.) en slechts één van hen de hoedanigheid van huurder heeft (huurcontract alleen op zijn naam), kan de belastingvermindering slechts worden toegestaan bij deze laatste, voor zover hij effectief de uitgaven heeft gedragen. Het feit, dat de factuur op zijn naam of op naam van de andere (of van beiden) is opgesteld, is zonder gevolg. 35. Wanneer een gehuurde woning wordt betrokken door belastingplichtigen, die afzonderlijk worden belast en allen of bepaalden onder hen de hoedanigheid van huurder bezitten (huurcontract opgesteld op naam van allen of van sommigen), kan de belastingvermindering worden toegestaan in hoofde van allen of bepaalden onder hen voor zover zij effectief de uitgaven dragen. Het feit dat de factuur op naam van de ene of van de andere (of van allen) is opgesteld, is zonder gevolg. 36. Als de gehuurde woning wordt betrokken door echtgenoten of wettelijk samenwonenden die gemeenschappelijk worden belast, is het feit dat de factuur op naam van één van hen (of van beiden) is opgesteld, of nog, dat de betaling door de ene of door de andere partner is gedaan, zonder gevolg. Inderdaad, in het kader van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering voor het gezin berekend en verdeeld over de belastingplichtigen in functie van hun belastbare inkomsten. In dit verband is het feit, dat het huurcontract al dan niet op de twee namen van de belastingplichtigen is opgesteld, zonder gevolg. 37. Aangezien het grensbedrag per woning moet worden berekend, zou de vermindering in principe moeten worden verdeeld over alle belastingplichtigen, ongeacht of zij huurders of eigenaars zijn. 38. Dergelijke verdeling is echter dikwijls onmogelijk rekening houdend met de problemen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer daar de belastingplichtigen niet over de gegevens beschikken die zulke verdeling mogelijk maken. 39. Bijgevolg is er beslist om de vermindering aan de huurder toe te staan op basis van een eigen grensbedrag van 500 EUR of 600 EUR (basisbedragen) zonder rekening te houden met het feit dat andere huurders (voor een andere periode) of nog de eigenaar, eveneens uitgaven voor die woning doen. 40. Om dezelfde redenen, zal eveneens worden toegestaan dat de door de huurder verkregen vermindering geen enkele invloed heeft op de vermindering verkregen door de eigenaar. 41. Met andere woorden betekent dit dat de belastingverminderingen op onafhankelijke wijze zullen worden berekend voor, enerzijds, de eigenaars en, anderzijds, de huurders. 42. Bovendien zullen de belastingverminderingen, zoals dit het geval is voor de eigenaars, eveneens op onafhankelijke wijze worden berekend voor de huurders van de woning voor een bepaalde periode en voor de huurders voor een andere periode. 43. Wat de huurders betreft, zal het grensbedrag dus niet moeten worden verdeeld onder hen, behalve in het geval dat zij medehuurders (huurders van een zelfde woning voor een zelfde periode) zijn. Wanneer zij niet gezamenlijk worden belast, zal iedere medehuurder dus recht hebben op de vermindering berekend op basis van zijn eigen uitgaven. In voorkomend geval, zal elke medehuurder het grensbedrag van 500 EUR of 600 EUR (basisbedrag) toepassen, beperkt in functie van het aantal medehuurders. 44. In een aantal specifieke gevallen waar de woning door de medehuurders in ongelijke verhoudingen wordt gehuurd, kan het grensbedrag over hen worden verdeeld op basis van juridische omstandigheden (bepalingen van het huurcontract of huurcontracten) en feitelijke omstandigheden (betrokken gedeelte van de woning, effectief gedragen gedeelte van de huur) die zich naar gelang het geval voordoen. 45. Dit zal met name het geval zijn, wanneer een woning bijvoorbeeld wordt verhuurd, enerzijds aan een huurder zijnde koppel met kinderen en anderzijds aan een huurder die alleen woont. 46. Bij gebrek aan contractuele bepalingen die een verdeling van de rechten en de verplichtingen van elke huurder in de huur van de woning bevat, kan het grensbedrag tussen de huurders bijvoorbeeld worden verdeeld in functie van het gedeelte van de huur dat zij werkelijk dragen. 47. Aangezien de uitgaven die recht geven op de vermindering normalerwijze niet door de huurder moeten worden gedragen, kan het zijn dat de huurder met de eigenaar overeenkomt dat de huurder de uitvoering van bepaalde werken voor zijn rekening neemt, bijvoorbeeld in ruil voor een vermindering van de huur of de verbintenis van de eigenaar om de kostprijs van de werken geheel of gedeeltelijk aan de huurder terug te betalen. 48. In dit geval past het om de vermindering aan de ene of de andere toe te kennen in de mate dat zij de kostprijs van de werken werkelijk hebben gedragen, ofwel door het betalen van de factuur, ofwel door de terugbetaling aan de huurder ofwel door de huur te verminderen en de bewijsstukken ervan voor te leggen (Kamer, zitting 2003-2004, Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting, Doc 51 1196/002, blz. 6). C. Percentage van de vermindering 49. De belastingvermindering wordt vastgesteld op 40 pct. van alle beoogde uitgaven, ongeacht hun aard. Het tarief van 15 pct. wordt dus afgeschaft. 50. Het totale bedrag van de verschillende belastingverminderingen mag per belastbaar tijdperk en per woning niet meer bedragen dan :
51. Om als nieuw te worden aangemerkt, moet de woning :
52. Als het gaat over een bouw, zal inzonderheid de bouwvergunning aantonen, dat het een nieuw gebouwde woning betreft. 53. Het betreft een volledig nieuwe woning; een bestaande woning waaraan men een bijgebouw toevoegt is geen nieuwbouw. 54. Een woning die gedeeltelijk werd afgebroken en terug opgebouwd, wordt niet als een nieuwe woning aangemerkt. Daarentegen moet de totale heropbouw van een woning na afbraak met de bouw van een nieuwe woning worden gelijkgesteld. 55. Een aangekochte woning wordt verondersteld als in nieuwe staat te zijn aangekocht, wanneer de aankoop binnen de termijn van het art. 44, § 3, 1°, a, van het BTW-Wetboek is uitgevoerd. Deze termijn loopt, in principe, tot ten laatste 31 december van het tweede jaar dat volgt op dat gedurende de welke de eerste ingebruikname plaatsvond. 56. Uit hetgeen voorafgaat, vloeit voort dat wanneer de werken worden uitgevoerd in een nieuw gebouwde of nieuw verworven woning binnen de hiervoor vermelde termijn, het grensbedrag van de belastingvermindering op 500 EUR (basisbedrag) wordt vastgesteld. Dit bedrag bedraagt 620 EUR voor aanslagjaar 2006. 57. Wanneer de werken worden uitgevoerd in een woning die niet nieuw is gebouwd noch verworven in nieuwe staat, zal dit als vernieuwing worden aangemerkt en bedraagt het grensbedrag van de vermindering 600 EUR (basisbedrag). Dit bedrag bedraagt 750 EUR voor het aanslagjaar 2006. Gehuwde en wettelijk samenwonende eigenaars, bezitters, erfpachters of vruchtgebruikers 58. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering verhoudingsgewijs verdeeld in functie van het aandeel van elke partner in het kadastraal inkomen van de woning waarin de werken worden uitgevoerd. 59. In het kader van de gemeenschappelijke aanslag, komt dit er in de praktijk op neer dat wanneer de woning alleen in mede-eigendom is van de partners, de vermindering globaal voor de woning wordt berekend, in voorkomend geval de grens van 500 EUR of 600 EUR (basisbedragen) wordt toegepast en vervolgens, dit bedrag over de partners wordt verdeeld in functie van hun aandeel in de eigendom of ander voormeld recht. 60. Het behoort aan de belastingplichtige, en dus aan elke partner, om de globale vermindering te berekenen waarop hij recht heeft en dit bedrag in de aangifte te vermelden. 61. Deze bepaling is besproken in de nrs. 3.2 tot 3.4 van de circulaire Ci.RH.331/569.666 van 14 april 2005. Gehuwde en wettelijk samenwonende huurders 62. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd in hoofde van gehuwde of wettelijk samenwonende huurders, zal de belastingvermindering evenredig omgedeeld worden in functie van het belastbare inkomen van elke partner in het totale belastbare inkomen van beide partners samen. 63. In het kader van een gemeenschappelijke aanslag, komt dit er in de praktijk op neer dat, wanneer de woning uitsluitend door de partners wordt gehuurd, de vermindering globaal voor de woning wordt berekend, in voorkomend geval de grens van 500 EUR of 600 EUR (basisbedragen) wordt toegepast en vervolgens, dit bedrag over de partners wordt verdeeld in functie van hun belastbare inkomsten. 64. De omdeling zal evenredig op het belastbaar inkomen van elke partner worden uitgevoerd. 65. Het zal aan de belastingplichtige toekomen om de globale vermindering te berekenen waarop hij recht heeft en dit bedrag in de aangifte te vermelden. De omdeling zal noodzakelijkerwijs geautomatiseerd worden doorgevoerd. 66. Gegevens De heer en mevrouw JANSSENS zijn sinds 5 jaar gehuwd en sinds 4 jaar eigenaar van een woning die tot hun gemeenschappelijk vermogen behoort. In 2005 worden er werken voor de installatie van dubbele beglazing uitgevoerd. De factuur bedraagt 5.000 EUR, BTW inbegrepen en wordt op 22.6.2005 betaald. De woning wordt verhuurd :
In 2004 hebben de echtgenoten PEETERS in deze woning isolatiewerken aan het dak laten uitvoeren. De factuur, opgesteld op naam van de heer PEETERS bedraagt 2.000 EUR, BTW inbegrepen. Zij betalen deze factuur op 1.7.2005. De heer MICHEL heeft thermostatische kranen laten plaatsen. De factuur, opgesteld op naam van de heer MICHEL, bedraagt 1.000 EUR BTW inbegrepen. Hij draagt en verricht de betaling alleen op 10.11.2005. Voor het overige worden alle wettelijke en reglementaire bepalingen nageleefd.
67. Gegevens Drie broers (Pierre, Pol en Jacques) zijn elk voor 1/3de eigenaar van een woning in onverdeeldheid. Zij hebben in 2004 vensters met dubbele beglazing laten plaatsen voor een totaal bedrag van 21.000 EUR, BTW inbegrepen. Pierre is niet tussengekomen in de betaling, Pol en Jacques hebben de uitgave onder elkaar verdeeld en hebben elk 10.500 EUR in 2005 betaald. De woning wordt verhuurd aan de Heer GEEROMS die met Mevrouw BASTIAENS een feitelijk gezin vormt (niet gehuwd en niet wettelijk samenwonend). Enkel de heer GEEROMS is huurder (huurcontract op zijn naam opgesteld). De Heer GEEROMS heeft de thermostatische kranen laten vervangen en het
dak laten isoleren. De factuur voor de kranen is op zijn naam opgesteld en
bedraagt 1.200 EUR, BTW inbegrepen. Hij voert de betaling op 10.6.2005 uit.
De factuur voor de isolatie is op naam van Mevrouw BASTIAENS opgesteld en
bedraagt 800 EUR, BTW inbegrepen, maar het is de Heer Voor het overige worden alle wettelijke en reglementaire bepalingen nageleefd.
68. De W 31.7.2004 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2006 (inkomstenjaar 2005). V. COMMENTAAR OP DE PROGRAMMAWET VAN 27.12.2005 EN HET KB 1.9.2006 69. De W 27.12.2005 heeft, vanaf aanslagjaar 2007 (inkomstenjaar 2006), enerzijds de belastingvermindering uitgebreid naar de uitgaven gedaan voor het onderhoud van een stookketel, en, anderzijds, het grensbedrag van de vermindering op 1.000 EUR (basisbedrag) per woning voor alle categorieën van uitgaven gebracht. 70. Het KB 1.9.2006 stelt de voorwaarden vast waaraan het onderhoud van de stookketels moet beantwoorden. 71. De maatregel is van toepassing op de stookketel en niet op de verwarmingsinstallatie. Dit betekent dat men enkel de brander, het verwarmingselement van de stookketel en de noodzakelijke elementen voor de werking van de stookketel in aanmerking neemt, met uitsluiting van uitwendige elementen zoals namelijk het expansievat, de pomp, de radiatoren, de leidingen, het regelsysteem en de schouw. 72. Alle types van stookketels worden beoogd, d.w.z. de standaardstookketels, de lage temperatuurketels, de condensatieketels, en dit, ongeacht het type van brandstof, of het nu gasvormig, vloeibaar of vast is (gas, vloeibaar gas, stookolie, hout, pellets, enz.). 73. Het onderhoud van een stookketel bestaat uit het nazicht van de verbranding, het reinigen en het afstellen van de brander en van de noodzakelijke elementen voor de werking van de stookketel, het onderhoud van het verwarmingselement van de stookketel en de ontkalking van de stookketel. 74. De maatregel beoogt het regelmatige onderhoud van de stookketel dus met uitsluiting van elke herstellingswerkzaamheid. 75. Worden bijgevolg uitgesloten de uitgaven met betrekking tot het oplossen van een panne aan de stookketel, het herstellen of vervangen van defecte onderdelen (zowel wat de wisselstukken als de werkuren betreft). 76. De bedoelde uitgaven voor onderhoud omvatten de verplaatsing, de werkuren, de stukken die door hun aard niet duurzaam zijn en bijgevolg regelmatig moeten worden vervangen en dit maximum alle twee jaar (filters, dichtingen, verstuiver, enz.). 77. Rekeninghoudend met wat onder een uitgave voor onderhoud van een stookketel wordt verstaan en hoewel het wettelijk niet mogelijk is om een maximumbedrag van toegelaten uitgaven vast te leggen, zullen de bevoegde taxatiediensten inzonderheid waakzaam zijn wanneer de factuur van het onderhoud van een individuele stookketel 200 EUR overschrijdt. Het is echter evident dat het onderhoud van een collectieve stookketel kostelijker kan zijn. [De tekst van het nr. 77 wordt als volgt aangepast door het corrigendum dd. 31.03.2010: 77. Rekeninghoudend met wat onder een uitgave voor onderhoud van een stookketel wordt verstaan en het bestaan van talrijke types stookketels, kan het bedrag van de toegelaten uitgaven sterk variëren en is het evident dat het onderhoud van een collectieve stookketel duurder kan zijn. De bevoegde taxatiediensten zullen blijk geven van een soepele houding wanneer de factuur van het onderhoud van een individuele stookketel 200 EUR niet overschrijdt.] 78. Het onderhoud moet door een geregistreerde aannemer worden uitgevoerd. Het spreekt voor zich dat het werk eveneens moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde technicus, d.w.z. die over alle kwalificaties vereist door de wettelijke en reglementaire bepalingen met betrekking tot het onderhoud van een stookketel beschikt. 79. De bedoelde uitgave is het bedrag van de factuur (inclusief BTW) dat werkelijk wordt betaald en dit onafhankelijk van het moment van de uitvoering van het onderhoud en van de factuurdatum. 80. De geregistreerde aannemer moet op de onderhoudsfactuur of op de bijlage daarbij, de woning aangeven waar het onderhoud plaatsvindt alsook de karakteristieken van de stookketel (merk, type en serienummer van het toestel) en de datum van dit onderhoud vermelden. 81. Wanneer mocht blijken dat een onderhoud werd uitgevoerd ter gelegenheid van een herstelling, moeten de uitgaven verbonden aan het onderhoud afzonderlijk op de factuur worden vermeld of nog het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke factuur. 82. De factuur of de bijlage moet de volgende formule bevatten :
83. De belastingplichtige die het voordeel van de belastingvermindering vraagt, moet bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen van het betrokken belastbare tijdperk en voor zover hij voor de aangifte op papier kiest, het origineel of een door hem conform verklaarde kopie voegen :
84. Het bedrag van de te vermelden belastingvermindering bedraagt 40 % van de werkelijk betaalde uitgave tijdens het belastbare tijdperk. 85. Voor het onderhoud van stookketels dat vóór de publicatie van het KB van 1.9.2006 in het Belgisch Staatsblad (8.9.2006) werd uitgevoerd, is er een tolerantie aangewezen voor wat de verplichte vermeldingen op de factuur of de bijlage daarbij betreft, voor zover natuurlijk de factuur (of, in voorkomend geval, het aanvullend attest) voldoende bewijskrachtig is met betrekking tot de naleving van de voorwaarden. 86. Het feit dat het onderhoud van de stookketel wordt uitgevoerd in het kader van een onderhoudscontract dat in gespreide betalingen voorziet, vormt geen beletsel voor de verkrijging van de belastingvermindering voor zover alle wettelijke en reglementaire bepalingen worden nageleefd. 87. Het onderhoudscontract moet bepalen dat het onderhoud wordt uitgevoerd door een gekwalificeerd installateur die de hoedanigheid van een geregistreerd aannemer heeft. 88. Bovendien moet de onderneming waarmee het contract is gesloten elk jaar in een attest aan haar klant volgende gegevens vermelden bovenop de reglementaire vermeldingen bepaald in art. 63/11, KB/WIB 92 en in de bijlage IIbis KB/WIB 92 :
89. In geval van opzegging van het contract, komt de eventueel door de klant betaalde boete niet in aanmerking voor de belastingvermindering. In dat geval dient er op het attest een onderscheid te worden gemaakt tussen de boete en de eigenlijke uitgaven voor onderhoud. Als de opzegging gebeurt voor de uitvoering van het onderhoud, mag er geen attest meer worden uitgereikt. 90. Voor onderhoudscontracten die aan voormelde voorwaarden beantwoorden mogen de voormelde documenten worden uitgereikt, zelfs al werd het onderhoud nog niet uitgevoerd, rekening houdend met de voorziene frequentie in het contract en dit onverminderd de herziening van de fiscale situatie van de klant wanneer het onderhoud uiteindelijk niet zou hebben plaatsgevonden. 91. Het grensbedrag van de belastingvermindering wordt op 1.000 EUR (basisbedrag) per woning gebracht voor alle categorieën van uitgaven, zodanig dat de oude grensbedragen van 500 EUR en 600 EUR (basisbedragen) worden geschrapt. Voor aanslagjaar 2007 bedraagt het geïndexeerde bedrag 1.280 EUR. 92. Deze maatregel treedt in werking vanaf aanslagjaar 2007 en is dus van toepassing op de uitgaven voor onderhoud betaald vanaf 1 januari 2006, ongeacht de factuurdatum en dit zelfs wanneer het onderhoud vóór 1 januari 2006 werd uitgevoerd. VI. COMMENTAAR OP DE W 27.4.2007 93. Vanaf aanslagjaar 2008 wordt het maximumbedrag van de belastingvermindering verhoogd met 600 EUR wanneer deze uitgaven betrekking hebben op :
94. Het maximumbedrag van de vermindering gaat dan van 2.000 EUR (1) naar 2.600 EUR (te indexeren bedragen). [(1) Het basisbedrag van de vermindering is vanaf aanslagjaar 2008 opgetrokken van 1.000 EUR tot 2.000 EUR ingevolge de art. 11 en 18 van de Programmawet (I) van 27 december 2006 (BS 28.12.2006).] 95. Deze verhoging mag echter alleen betrekking hebben op de uitgaven die werkelijk voor de voormelde werken zijn betaald. 96. Om deze voorwaarde na te leven, wordt in het geval van meerdere soorten van uitgaven de vermindering als volgt berekend :
Voorbeelden (berekening op basis van de geïndexeerde bedragen voor aanslagjaar 2008) 97. Uitgaven voor zowel de plaatsing van dubbele beglazing (DB) als voor de plaatsing van zonnecelpanelen (ZP) die beantwoorden aan de voorwaarden van artikelen 145/24, WIB 92 en van artikel 63/11, KB/WIB 92, geven recht op volgende belastingverminderingen :
Plaats van installatie van de zonnepanelen 98. Om voor de voormelde belastingvermindering in aanmerking te komen is er niet vereist dat de zonnepanelen of zonnecelpanelen zijn geplaatst op de woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is, voor zover deze panelen uitsluitend deze woning van de belastingplichtige van energie voorzien (Antwoord op de mondelinge parlementaire vraag nr. 13.346 van 9 december 2006 gesteld door Volksvertegenwoordiger Luc GUSTIN). De zonnepanelen of zonnecelpanelen geplaatst in de tuin kunnen dus ook in aanmerking worden genomen voor de belastingvermindering, voor zover natuurlijk de andere voorwaarden zijn vervuld. 99. Een beknopt overzicht van de belangrijkste bepalingen die per aanslagjaar van toepassing zijn, is toegevoegd als bijlage 1. 100. Overeenkomstig art. 63/11, § 1, 2°, KB/WIB 92, moeten de prestaties, die aan de basis liggen van de uitgaven voor een energie-audit van een woning bedoeld in art. 145/24, eerste lid, 7°, WIB 92, worden uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke wetgeving. 101. Op dit moment werd dergelijke wetgeving enkel getroffen in het Waalse Gewest en in het Vlaamse Gewest. 102. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is, hoewel er een premie voor een energie-audit kan worden toegekend, deze toekenning namelijk niet in een gewestelijke wetgeving vastgesteld. Bijgevolg kan art. 63/11, § 1, 2°, KB/WIB 92 niet worden toegepast en kan de belastingvermindering niet worden toegekend. a) Reglementering voor een energie-audit van een woning gelegen in het Waalse Gewest 103. In dit opzicht bepaalt art. 5, § 1, opgenomen in Titel II, Hoofdstuk I, Sectie 4, van het ministerieel besluit van het Waalse Gewest van 10 december 2003 betreffende de modaliteiten en de procedure voor toekenning van de premies ter bevordering van rationeel energieverbruik (BS 18.12.2003, 1ste editie), de voorwaarden waaraan een energie-audit moet voldoen om in aanmerking te komen voor de toekenning van een premie binnen de grenzen van de budgettaire kredieten. Deze voorwaarden kunnen voor de toepassing van de belastingvermindering in aanmerking worden genomen. 104. De voorwaarden zijn de volgende :
105. Dit ministerieel besluit van 10 december 2003 werd opgeheven en vervangen door het ministerieel besluit van het Waalse gewest van 11 april 2005 betreffende de modaliteiten en de procedure voor de toekenning van premies ter bevordering van rationeel energieverbruik (BS 23.5.2005) dat in werking treedt op 1 maart 2005. 106. De voorwaarden vermeld in art. 6, § 1, Titel II, Hoofdstuk I, Afdeling 3 van het bovenvermeld MB van 11 april 2005 zijn de volgende :
107. Er wordt opgemerkt dat de toekenning van de belastingvermindering niet afhankelijk is van de verkrijging van voormelde gewestelijke premie, zelfs niet van de indiening van een dossier bij de gewestelijke administratie. Het volstaat dat aan voormelde voorwaarden is voldaan. 108. De reglementering werd vervolledigd door het besluit van de Waalse regering van 1 juni 2006 (afgekort BWR) tot vastlegging van de erkenningsmodaliteiten voor de auditeurs die energie-audits in de huisvestingssector uitvoeren (BS 14.6.2006). 109. In het Waalse Gewest kan de energie-audit overeenkomstig voormeld besluit door een erkende auditeur worden uitgevoerd door middel van de auditsoftware die ter beschikking wordt gesteld door het Directoraat-generaal Technologieën, Onderzoek en Energie van het Ministerie van het Waalse Gewest. 110. De energie-audit in woningen, die een wooneenheid voor één enkel gezin vormen, met uitsluiting van gemeenschappelijke woningen, flatgebouwen en appartementen gaat de volgende energetische aspecten na :
111. De energie-audit in gemeenschappelijke woningen, flatgebouwen en appartementen gaat de volgende energetische aspecten na :
112. De resultaten van de energie-audit, zoals gedrukt door de auditsoftware, worden besproken door de auditeur en overgemaakt aan de aanvrager van de audit. 113. De auditeur maakt deze resultaten elektronisch over aan de databank. 114. Na uitvoering van de energie-audit voorziet de erkende auditeur de
factuur of de honorarianota van de volgende melding : 115. Het door de auditsoftware afgeleverde document op grond waarvan een belastingvermindering kan worden genoten, wordt bij de factuur of honorarianota gevoegd. 116. De aandacht wordt er op gevestigd dat voor de overgangsperiode die in principe tot 31 december 2007 loopt, het MB van 11.4.2005 naast het BWR van 1.6.2006 kan worden toegepast. De audit kan dus voor de belastingvermindering worden in aanmerking genomen voor zover hij de voorwaarden in het ene of het andere besluit respecteert. 117. Het voormelde ministerieel besluit van 11.4.2005 werd opgeheven en vervangen door het ministerieel besluit van het Waalse Gewest van 20 december 2007 betreffende de modaliteiten en de procedure voor de toekenning van premies ter bevordering van rationeel energieverbruik (BS 19.2.2008) en dat op 1 januari 2008 in werking treedt. 118. De voorwaarden vermeld in art. 31, § 1 en 2, Titel II, Hoofdstuk IV, Afdeling 2, Onderafdeling 1, van bovenvermeld MB van 20.12.2007 zijn de volgende :
119. Het BWR van 1 juni 2006 tot vastlegging van de erkenningsmodaliteiten voor de auditeurs die energie-audits in de huisvestingssector uitvoeren is nog steeds van toepassing en werd niet gewijzigd. b) Reglementering voor een energie-audit van een woning gelegen in het Vlaamse Gewest 120. De uitvoeringsvoorwaarden voor een energie-audit van een woning gelegen in het Vlaamse Gewest worden bepaald in de art. 10 en 11, opgenomen in Hoofdstuk III, van het Besluit van de Vlaamse Regering (afgekort BVR) van 17 juni 2005 houdende de erkenning als energiedeskundige voor woningen en houdende de uitvoeringsvoorwaarden van de energie-audit voor woningen (BS 5.8.2005). 121. In het Vlaamse Gewest moet de energie-audit overeenkomstig voormeld besluit door een erkende energiedeskundige worden uitgevoerd op basis van de auditsoftware die ter beschikking wordt gesteld door de afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. 122. De "afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap" is vanaf 1 april 2006 vervangen door "het Vlaams Energieagentschap" (Besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2006 houdende aanpassing van de regelgeving inzake het energiebeleid als gevolg van het bestuurlijk beleid - BS 12.5.2006). 123. De energie-audit is minstens gericht op de energetische aspecten van :
124. De uitvoering van een energie-audit kan enkel gebeuren voor eengezinswoningen met uitsluiting van appartementen en gebouwen voor collectieve huisvesting. 125. De resultaten van de energie-audit, zoals die uit de auditsoftware worden afgedrukt, worden door de energiedeskundige toegelicht en ter beschikking gesteld van de aanvrager van de energie-audit. 126. Na uitvoering van een energie-audit brengt de erkende energiedeskundige op de factuur of op de ereloonnota de volgende vermelding aan : "Door het Vlaamse Gewest erkende energiedeskundige met erkenningsnummer (in te vullen door de energiedeskundige)". 127. Het fiscaal attest dat door de auditsoftware wordt afgeleverd, wordt als bijlage aan de factuur of de ereloonnota gehecht. 128. Het voormelde BVR van 17 juni 2005 werd opgeheven en vervangen door het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2008 houdende de invoering van het energieprestatiecertificaat residentiële gebouwen bij verkoop en verhuur en de uitvoering van de energie-audit (BS 8.2.2008, 2de editie). Het BVR van 11 januari 2008 treedt voor wat de energie-audit betreft in werking op 20 maart 2008 (artikel 1 en 9, Ministerieel besluit van de Vlaamse Regering van 11.3.2008 betreffende de opleidingen tot energiedeskundige type A en type B). 129. Voor een beter begrip wordt er allereerst opgemerkt dat voormeld BVR naast het vastleggen van de voorwaarden voor de uitvoering van een energie-audit ook een energieprestatiecertificaat residentiële gebouwen bij verkoop en verhuur heeft ingevoerd. 130. Het energieprestatiecertificaat (EPC) en de energie-audit zijn twee verschillende zaken. 131. De verkoper en verhuurder moeten verplicht bij verkoop en verhuur van woongebouwen (woningen, appartementen, studio's, …) een EPC laten opmaken. Enkel een erkende energiedeskundige type A kan een EPC opmaken. Bij verkoop krijgt de koper het EPC en bij verhuur krijgt de huurder het EPC. 132. De energie-audit daarentegen gebeurt vrijwillig voor particulieren die energieadvies willen over hun woning. Enkel een erkende energiedeskundige type B kan een energie-audit uitvoeren. 133. Het EPC wordt hier niet verder besproken omdat het geen rechtstreekse invloed heeft op de energie-audit en omdat het EPC niet in aanmerking komt voor de belastingvermindering. 134. In art. 1, 3°, van het voormelde BVR van 11 januari 2008 wordt de energie-audit als volgt gedefinieerd : "een met behulp van de auditsoftware uitgevoerde analyse van de energie-efficiëntie van een bestaand residentieel gebouw waarbij in een gedetailleerd auditrapport energiebesparingsmaatregelen worden geïdentificeerd, gekwantificeerd en geprioriteerd in overleg met de aanvrager". 135. De auditsoftware is de software die ter beschikking wordt gesteld door het Vlaamse Energieagentschap aan de energiedeskundigen type B voor het uitvoeren van een energie-audit, waarmee een fiscaal attest kan worden opgesteld en waarmee de berekende resultaten en de gegevens die aan de grondslag liggen van de energie-audit, kunnen worden doorgestuurd naar een databank die het Vlaams Energieagentschap heeft aangewezen (art. 1, 1°, BVR 11.1.2008). 136. De voorwaarden met betrekking tot de uitvoering van de energie-audit worden bepaald in de artikelen 7 en 8 van hoofdstuk III, van het voormelde BVR van 11 januari 2008 : "Art. 7. Voor het uitvoeren van een energie-audit voor residentiële gebouwen gebruikt de energiedeskundige type B de auditsoftware. De minister bepaalt voor welke gebouwen de auditsoftware kan worden gebruikt ter uitvoering van een energie-audit door een erkend energiedeskundige type B. De minister kan besluiten dat bij de uitvoering van een energie-audit gegevens die al eerder in het kader van de opmaak van het energieprestatiecertificaat werden verzameld, kunnen worden hergebruikt. De minister kan nadere regels vastleggen voor het hergebruik van deze gegevens. Art. 8. De energie-audit wordt door de energiedeskundige type B toegelicht aan en ter beschikking gesteld van de aanvrager. Na de uitvoering van een energie-audit brengt de energiedeskundige type B op de factuur of op de ereloonnota de volgende vermelding aan : "Door het Vlaamse Gewest erkende energiedeskundige met erkenningsnummer (in te vullen door de energiedeskundige). Het fiscaal attest dat de auditsoftware aflevert en dat in het kader van de personenbelasting als bewijs voor de belastingvermindering voor de uitgaven van een energie-audit in een woning kan worden gebruikt, wordt als bijlage aan de factuur of de ereloonnota gehecht." 137. De auditsoftware kan enkel worden gebruikt voor eengezinswoningen (art. 8 van het ministerieel besluit van 11 maart 2008 betreffende de opleidingen tot energiedeskundige type A en B - BS 20.3.2008, 1ste editie). De energie-audit is dus enkel mogelijk voor de eengezinswoningen en niet voor collectieve huisvesting. 138. De belastingplichtige die het voordeel van de belastingvermindering vraagt, moet bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen van het betrokken belastbare tijdperk, voor zover hij kiest voor de aangifte op papier, het origineel of een door hem eensluidend verklaarde kopie toevoegen van :
139. Daarenboven moet het auditverslag alsook het fiscaal attest dat door de auditsoftware wordt afgeleverd ter beschikking worden gehouden van de bevoegde taxatiedienst; het moet dus niet bij de aangifte worden gevoegd, maar moet op iedere vraag van voormelde dienst kunnen worden voorgelegd. 140. Het bedrag van de belastingvermindering te vermelden in de aangifte bedraagt 40 % van de werkelijk betaalde uitgave tijdens het belastbare tijdperk. 141. Om het tijdstip vast te stellen waarop een energie-audit is uitgevoerd, wordt rekening gehouden met de datum van de factuur of de ereloonnota. 142. Het MB van 10.12.2003 is van toepassing op de uitgaven gedaan vanaf 1 januari 2004 (aanslagjaar 2005). 143. Het MB van 11.4.2005 is van toepassing vanaf 1 maart 2005 tot 31 december 2007. 144. Het BWR van 1.6.2006 is van toepassing vanaf 14 juni 2006 voor wat de woningen betreft die een wooneenheid voor één enkel gezin vormen, met uitsluiting van gemeenschappelijke woningen, flatgebouwen en appartementen. 145. Voor wat de gemeenschappelijke woningen, flatgebouwen en
appartementen betreffen, moet de datum van inwerkingtreding nog door de 146. Het MB van 11.4.2005 is opgeheven met inwerkingtreding op 31 december 2007 (artikel 100, MB Waalse Regering van 20.12.2007). 147. Het MB van 20.12.2007 treedt in werking op 1 januari 2008 (artikel 101 MB 20.12.2007). 148. Het BVR van 17.6.2005 bevat geen specifieke bepaling voor de inwerkingtreding en is derhalve van toepassing 10 dagen na zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad, zijnde vanaf 15.8.2005. 149. Voor wat de energie-audit betreft, treedt het BVR van 11.1.2008 in werking op 20.3.2008 (art. 1 en 9 van het ministerieel besluit van de Vlaamse Overheid van 11.3.2008 betreffende opleidingen tot energiedeskundige type A en B (BS 20.3.2008, 1e editie). 150. Het BVR van 17.6.2005 is bij art. 18 van het BVR 11.1.2008 opgeheven met inwerkingtreding op 20.3.2008. Voor de Administrateur S. QUINTENS
(1) Geïndexeerde bedragen. |